Naar de inhoud

souffleren

een toneelrol zachtjes voorzeggen

souffleren

werkwoord

Betekenis

  1. een toneelrol zachtjes voorzeggen
  2. laten opkomen of zwellen (d.m.v. geklopt eiwit met veel lucht erin) (- soufflé)

werkwoord

  1. laten opkomen of zwellen (d.m.v. geklopt eiwit met veel lucht erin) (-> soufflé)

Vervoeging van souffleren

soufflerenhele werkwoord — souffleerdeverleden tijd enkelvoud — souffleerdenverleden tijd meervoud — gesouffleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik souffleer souffleerde
jij souffleert souffleerde
hij, zij, het souffleert souffleerde
wij souffleren souffleerden
jullie souffleren souffleerden
zij souffleren souffleerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gesouffleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesouffleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesouffleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesouffleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesouffleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesouffleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesouffleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesouffleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesouffleerd verleden tijd, deelwoord
gesouffleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesouffleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesouffleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesouffleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesouffleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesouffleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesouffleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesouffleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesouffleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesouffleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesouffleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesouffleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesouffleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesouffleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesouffleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesouffleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesouffleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
souffleer gebiedende wijs
souffleerde verleden tijd
soufflere aanvoegende wijs
soufflerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesouffleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te souffleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen souffleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesouffleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesouffleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesouffleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal souffleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal souffleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal souffleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesouffleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesouffleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesouffleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou souffleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou souffleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou souffleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesouffleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesouffleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesouffleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden souffleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden souffleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden souffleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesouffleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt souffleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesouffleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesouffleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesouffleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen souffleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen souffleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen souffleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen souffleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesouffleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult souffleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voorzeggen’ voor het eerst aangetroffen in 1808

Woordfamilie van souffleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesouffleerd voltooid deelwoord souffleren
gesouffleerde woordvorm souffleren
souffleer gebiedende wijs souffleren
souffleerde verleden tijd souffleren
souffleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon souffleren
souffleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon souffleren
soufflere aanvoegende wijs souffleren
soufflerend onvoltooid deelwoord souffleren
soufflerende woordvorm souffleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van souffleren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over souffleren

Wat is de betekenis van souffleren?
Souffleren is een werkwoord. De betekenis is: een toneelrol zachtjes voorzeggen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik souffleren?
Zo vervoeg je souffleren zo: de tegenwoordige tijd is souffleer, de verleden tijd is souffleerde en het voltooid deelwoord is gesouffleerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord souffleren is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. O 1
  3. U 4
  4. F 4
  5. F 4
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

souffleren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. O 1
  3. U 2
  4. F 4
  5. F 4
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

souffleren in het kort

souffleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van souffleren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort souffleren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

souffleren: een toneelrol zachtjes voorzeggen
Deel souffleren — standaardnederlands.nl