sop
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- gewoonlijk warm water waaraan schoonmaakmiddel is toegevoegd
- het zeewater
- kooknat
- soep
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sopje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sopjes | verkleinwoord, meervoud |
| soppen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van soppen
- gebiedende wijs van soppen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van soppen
Vervoeging van sop
sophele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘zeepwater’ voor het eerst aangetroffen in 1611
Woordfamilie van sop
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sopje | verkleinwoord | sop |
| sopjes | verkleinwoord meervoud | sop |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sop zijn vastgelegd.