Naar de inhoud

solidariseren

solidair worden met

solidariseren

werkwoord

Betekenis

  1. solidair worden met
  2. zich ~: zich solidair verklaren met

Vervoeging van solidariseren

solidariserenhele werkwoord — solidariseerdeverleden tijd enkelvoud — solidariseerdenverleden tijd meervoud — gesolidariseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik solidariseer solidariseerde
jij solidariseert solidariseerde
hij, zij, het solidariseert solidariseerde
wij solidariseren solidariseerden
jullie solidariseren solidariseerden
zij solidariseren solidariseerden
Alle 89 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gesolidariseerd verleden tijd, deelwoord
gesolidariseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesolidariseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesolidariseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesolidariseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesolidariseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesolidariseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesolidariseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesolidariseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesolidariseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesolidariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesolidariseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesolidariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesolidariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesolidariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesolidariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesolidariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesolidariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
solidariseer gebiedende wijs
solidariseer me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
solidariseer u/je , solidariseert je gebiedende wijs
solidariseerde verleden tijd
solidariseerde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
solidariseerde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
solidariseerde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
solidariseerde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
solidariseerde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
solidariseerde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
solidariseerde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
solidariseerden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
solidariseerden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
solidariseerden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
solidariseert je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
solidariseert u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
solidariseert u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
solidariseert zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
solidariseert zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
solidariseert zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
solidarisere aanvoegende wijs
solidarisere zich aanvoegende wijs
solidariseren je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
solidariseren ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
solidariseren zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
solidariserend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesolidariseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te solidariseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen solidariseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesolidariseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesolidariseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesolidariseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me solidariseren eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal solidariseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal solidariseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal solidariseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich solidariseren derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je solidariseren tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich gesolidariseerd hebben verleden tijd
zich solidariserend onvoltooid, deelwoord
zou gesolidariseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesolidariseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesolidariseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou solidariseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou solidariseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou solidariseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesolidariseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesolidariseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesolidariseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden solidariseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden solidariseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden solidariseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesolidariseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt solidariseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesolidariseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesolidariseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesolidariseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen je solidariseren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons solidariseren eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen solidariseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen solidariseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen solidariseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen solidariseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen zich solidariseren derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult gesolidariseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult solidariseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult u solidariseren tweede persoon
zult u solidariseren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult zich/u solidariseren tweede persoon
zult zich/u solidariseren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud

Herkomst

afgeleid van het Franse solidariser (met het achtervoegsel -iseren)

Woordfamilie van solidariseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesolidariseerd voltooid deelwoord solidariseren
solidariseer gebiedende wijs solidariseren
solidariseerde verleden tijd solidariseren
solidariseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon solidariseren
solidariseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon solidariseren
solidarisere aanvoegende wijs solidariseren
solidariserend onvoltooid deelwoord solidariseren
solidariserende woordvorm solidariseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van solidariseren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over solidariseren

Wat is de betekenis van solidariseren?
Solidariseren is een werkwoord. De betekenis is: solidair worden met. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik solidariseren?
Zo vervoeg je solidariseren zo: de tegenwoordige tijd is solidariseer, de verleden tijd is solidariseerde en het voltooid deelwoord is gesolidariseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord solidariseren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. O 1
  3. L 3
  4. I 1
  5. D 2
  6. A 1
  7. R 2
  8. I 1
  9. S 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

solidariseren levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. O 1
  3. L 3
  4. I 2
  5. D 2
  6. A 1
  7. R 2
  8. I 2
  9. S 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 22 zonder bonus
  15. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

solidariseren in het kort

solidariseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van solidariseren staan er 60 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort solidariseren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

solidariseren: solidair worden met
Deel solidariseren — standaardnederlands.nl