Naar de inhoud

soigneren

zorg besteden aan het uiterlijk

soigneren

werkwoord

Betekenis

  1. zorg besteden aan het uiterlijk
  2. de lichamelijke conditie van sportlieden verzorgen

Vervoeging van soigneren

soignerenhele werkwoord — soigneerdeverleden tijd enkelvoud — soigneerdenverleden tijd meervoud — gesoigneerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik soigneer soigneerde
jij soigneert soigneerde
hij, zij, het soigneert soigneerde
wij soigneren soigneerden
jullie soigneren soigneerden
zij soigneren soigneerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gesoigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesoigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gesoigneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesoigneerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesoigneerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesoigneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesoigneerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesoigneerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesoigneerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesoigneerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesoigneerd verleden tijd, deelwoord
gesoigneerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesoigneerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesoigneerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesoigneerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesoigneerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesoigneerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesoigneerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesoigneerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesoigneerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesoigneerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesoigneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesoigneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesoigneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesoigneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesoigneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesoigneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesoigneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesoigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesoigneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesoigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesoigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesoigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesoigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesoigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesoigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gesoigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesoigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
soigneer gebiedende wijs
soigneerde verleden tijd
soignere aanvoegende wijs
soignerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesoigneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te soigneren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen soigneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesoigneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesoigneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesoigneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesoigneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesoigneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesoigneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesoigneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesoigneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gesoigneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gesoigneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gesoigneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gesoigneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gesoigneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gesoigneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gesoigneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gesoigneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gesoigneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gesoigneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesoigneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gesoigneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gesoigneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesoigneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesoigneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gesoigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesoigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesoigneerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesoigneerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal soigneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal soigneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal soigneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesoigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesoigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesoigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesoigneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesoigneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesoigneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesoigneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gesoigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesoigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesoigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesoigneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesoigneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesoigneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou soigneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou soigneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou soigneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesoigneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesoigneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesoigneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesoigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gesoigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gesoigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesoigneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesoigneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesoigneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden soigneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden soigneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden soigneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesoigneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesoigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesoigneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt soigneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesoigneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesoigneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesoigneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesoigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gesoigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gesoigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesoigneerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesoigneerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesoigneerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen soigneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen soigneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen soigneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen soigneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesoigneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesoigneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesoigneerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult soigneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verzorgen’ voor het eerst aangetroffen in 1539

Woordfamilie van soigneren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesoigneerd voltooid deelwoord soigneren
soigneer gebiedende wijs soigneren
soigneerde verleden tijd soigneren
soigneerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon soigneren
soigneert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon soigneren
soignere aanvoegende wijs soigneren
soignerend onvoltooid deelwoord soigneren
soignerende woordvorm soigneren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van soigneren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over soigneren

Wat betekent soigneren?
Soigneren is een werkwoord. Het woord betekent: zorg besteden aan het uiterlijk. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je soigneren?
Je vervoegt soigneren als volgt: de tegenwoordige tijd is soigneer, de verleden tijd is soigneerde en het voltooid deelwoord is gesoigneerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord soigneren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. O 1
  3. I 1
  4. G 3
  5. N 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

soigneren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. O 1
  3. I 2
  4. G 3
  5. N 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

soigneren in het kort

soigneren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van soigneren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort soigneren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

soigneren: zorg besteden aan het uiterlijk
Deel soigneren — standaardnederlands.nl