softbal
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een op honkbal lijkende balsport waarbij de pitcher echter ondershands werpt, en waarbij gespeeld wordt met een iets grotere bal, op een kleiner veld en met enkele verschillen in de spelregels.
- bal waarmee gesoftbald wordt.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| softballen | meervoud |
| softballetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| softballetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van softballen
- gebiedende wijs van softballen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van softballen
Vervoeging van softbal
softbalhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van soft en bal
Woordfamilie van softbal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| softballetje | verkleinwoord | softbal |
| softballetjes | verkleinwoord meervoud | softbal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van softbal zijn vastgelegd.