Naar de inhoud

soezen

dommelen, half slapen

soezen is meer dan één woord

soezen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. dommelen, half slapen

Vervoeging van soezen

soezenhele werkwoord — soesdeverleden tijd enkelvoud — soesdenverleden tijd meervoud — gesoesdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik soes soesde
jij soest soesde
hij, zij, het soest soesde
wij soezen soesden
jullie soezen soesden
zij soezen soesden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gesoesd verleden tijd, deelwoord
gesoesd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesoesd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesoesd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesoesd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesoesd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesoesd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesoesd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesoesd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesoesd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesoesd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesoesd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesoesd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesoesd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesoesd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesoesd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesoesd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesoesd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
soes gebiedende wijs
soesde verleden tijd
soeze aanvoegende wijs
soezend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesoesd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te soezen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen soezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesoesd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesoesd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesoesd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal soezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal soezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal soezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesoesd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesoesd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesoesd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou soezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou soezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou soezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesoesd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesoesd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesoesd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden soezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden soezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden soezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesoesd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt soezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesoesd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesoesd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesoesd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen soezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen soezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen soezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen soezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesoesd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult soezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord soes

Herkomst

In de betekenis van ‘suffen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1858

Woordfamilie van soezen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesoesd voltooid deelwoord soezen
soesde verleden tijd soezen
soesden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon soezen
soest aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon soezen
soeze aanvoegende wijs soezen
soezend onvoltooid deelwoord soezen
soezende woordvorm soezen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van soezen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over soezen

Wat betekent soezen?
Soezen is een werkwoord. Het woord betekent: dommelen, half slapen.
Hoe vervoeg je soezen?
Je vervoegt soezen als volgt: de tegenwoordige tijd is soes, de verleden tijd is soesde en het voltooid deelwoord is gesoesd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord soezen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. Z 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

soezen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. Z 5
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

soezen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

soezen in het kort

soezen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van soezen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort soezen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

soezen: dommelen, half slapen
Deel soezen — standaardnederlands.nl