Naar de inhoud

snibben

snauwen

snibben is meer dan één woord

snibben

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. snauwen

Vervoeging van snibben

snibbenhele werkwoord — snibdeverleden tijd enkelvoud — snibdenverleden tijd meervoud — gesnibdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik snib snibde
jij snibt snibde
hij, zij, het snibt snibde
wij snibben snibden
jullie snibben snibden
zij snibben snibden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gesnibd verleden tijd, deelwoord
gesnibd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesnibd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesnibd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesnibd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesnibd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesnibd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesnibd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesnibd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesnibd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesnibd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesnibd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesnibd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesnibd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesnibd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesnibd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesnibd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesnibd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
snib gebiedende wijs
snibbe aanvoegende wijs
snibbend onvoltooid, deelwoord
snibde verleden tijd
te hebben gesnibd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te snibben actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen snibben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesnibd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesnibd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesnibd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal snibben aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal snibben aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal snibben aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesnibd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesnibd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesnibd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou snibben aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou snibben aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou snibben aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesnibd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesnibd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesnibd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden snibben aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden snibben aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden snibben aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesnibd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt snibben aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesnibd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesnibd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesnibd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen snibben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen snibben aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen snibben aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen snibben aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesnibd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult snibben aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord snib

Woordfamilie van snibben

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesnibd voltooid deelwoord snibben
snibbend onvoltooid deelwoord snibben
snibbende woordvorm snibben
snibde verleden tijd snibben
snibden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon snibben
snibt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon snibben

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snibben zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over snibben

Wat betekent snibben?
Snibben is een werkwoord. Het woord betekent: snauwen.
Hoe vervoeg je snibben?
Je vervoegt snibben als volgt: de tegenwoordige tijd is snib, de verleden tijd is snibde en het voltooid deelwoord is gesnibd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord snibben is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. N 1
  3. I 1
  4. B 3
  5. B 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

snibben levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 109 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. N 1
  3. I 2
  4. B 4
  5. B 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 109 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

snibben telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

snibben in het kort

snibben is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van snibben zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort snibben bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

snibben: snauwen
Deel snibben — standaardnederlands.nl