Naar de inhoud

snelwandelen

loopnummer in de atletiek, waarbij men wandelt, dus niet rent en waarbij (in tegenstelling tot hardlopen) het contact van minimaal één voet met de grond dient te worden gehouden

snelwandelen

werkwoord ˈsnɛlwɑndələ(n)

Betekenis

  1. loopnummer in de atletiek, waarbij men wandelt, dus niet rent en waarbij (in tegenstelling tot hardlopen) het contact van minimaal één voet met de grond dient te worden gehouden

Hoe spreek je snelwandelen uit?

/ˈsnɛlwɑndələn/

Snelwandelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsnɛlwɑndələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
n nek
ɛ bed
l land
w quiz
ɑ bad
d dak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van snelwandelen

snelwandelenhele werkwoord — snelwandeldeverleden tijd enkelvoud — snelwandeldenverleden tijd meervoud — gesnelwandeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik snelwandel snelwandelde
jij snelwandelt snelwandelde
hij, zij, het snelwandelt snelwandelde
wij snelwandelen snelwandelden
jullie snelwandelen snelwandelden
zij snelwandelen snelwandelden
Alle 27 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gesnelwandeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesnelwandeld verleden tijd, deelwoord
gesnelwandeld te zullen actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesnelwandeld zullen actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
snelwandel gebiedende wijs
snelwandelde verleden tijd
snelwandele aanvoegende wijs
snelwandelend onvoltooid, deelwoord
te gesnelwandeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te snelwandelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen snelwandelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal snelwandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal snelwandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal snelwandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou snelwandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou snelwandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou snelwandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden snelwandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden snelwandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden snelwandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt snelwandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen snelwandelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen snelwandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen snelwandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen snelwandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult snelwandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van snel en wandelen

Woordfamilie van snelwandelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesnelwandeld voltooid deelwoord snelwandelen
snelwandel gebiedende wijs snelwandelen
snelwandelde verleden tijd snelwandelen
snelwandelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon snelwandelen
snelwandelend onvoltooid deelwoord snelwandelen
snelwandelende woordvorm snelwandelen
snelwandelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon snelwandelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snelwandelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over snelwandelen

Hoe spreek ik snelwandelen uit?
Zo spreek je snelwandelen uit: /ˈsnɛlwɑndələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van snelwandelen?
Snelwandelen is een werkwoord. De betekenis is: loopnummer in de atletiek, waarbij men wandelt, dus niet rent en waarbij (in tegenstelling tot hardlopen) het contact van minimaal één voet met de grond dient te worden gehouden.
Hoe vervoeg ik snelwandelen?
Zo vervoeg je snelwandelen zo: de tegenwoordige tijd is snelwandel, de verleden tijd is snelwandelde en het voltooid deelwoord is gesnelwandeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord snelwandelen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. N 1
  3. E 1
  4. L 3
  5. W 5
  6. A 1
  7. N 1
  8. D 2
  9. E 1
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

snelwandelen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. N 1
  3. E 1
  4. L 3
  5. W 5
  6. A 1
  7. N 1
  8. D 2
  9. E 1
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 22 zonder bonus
  14. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

snelwandelen in het kort

snelwandelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van snelwandelen staan er 19 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort snelwandelen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

snelwandelen: loopnummer in de atletiek, waarbij men wandelt, dus niet rent en waarbij (in tegenstelling tot hardlopen) het contact van minimaal één voet met de grond dient te worden gehouden
Deel snelwandelen — standaardnederlands.nl