Naar de inhoud

smokken

kleine plooitjes in een stof leggen en deze met allerlei siersteken vastzetten

smokken

werkwoord

Betekenis

  1. kleine plooitjes in een stof leggen en deze met allerlei siersteken vastzetten
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van smokken

smokkenhele werkwoord — smokteverleden tijd enkelvoud — smoktenverleden tijd meervoud — gesmoktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik smok smokte
jij smokt smokte
hij, zij, het smokt smokte
wij smokken smokten
jullie smokken smokten
zij smokken smokten
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is gesmokt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesmokt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesmokt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesmokt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesmokt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesmokt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesmokt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesmokt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesmokt verleden tijd, deelwoord
gesmokt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesmokt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesmokt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesmokt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesmokt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesmokt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesmokt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesmokt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesmokt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesmokt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesmokt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesmokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesmokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesmokt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesmokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesmokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesmokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesmokt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesmokt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesmokt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesmokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesmokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesmokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesmokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesmokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gesmokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
smok gebiedende wijs
smokke aanvoegende wijs
smokkend onvoltooid, deelwoord
smokte verleden tijd
te hebben gesmokt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te smokken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen smokken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren gesmokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesmokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesmokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden gesmokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden gesmokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesmokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal gesmokt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesmokt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesmokt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gesmokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesmokt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal smokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal smokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal smokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesmokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou gesmokt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesmokt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesmokt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gesmokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesmokt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou smokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou smokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou smokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesmokt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesmokt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesmokt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesmokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesmokt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden smokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden smokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden smokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesmokt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt smokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesmokt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesmokt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesmokt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesmokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesmokt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen smokken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen smokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen smokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen smokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesmokt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult smokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van smokken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesmokt voltooid deelwoord smokken
gesmokte woordvorm smokken
smok gebiedende wijs smokken
smokke aanvoegende wijs smokken
smokkend onvoltooid deelwoord smokken
smokkende woordvorm smokken
smokt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon smokken
smokte verleden tijd smokken
smokten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon smokken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van smokken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over smokken

Wat is de betekenis van smokken?
Smokken is een werkwoord. De betekenis is: kleine plooitjes in een stof leggen en deze met allerlei siersteken vastzetten. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik smokken?
Zo vervoeg je smokken zo: de tegenwoordige tijd is smok, de verleden tijd is smokte en het voltooid deelwoord is gesmokt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord smokken is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. M 3
  3. O 1
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

smokken levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. M 3
  3. O 1
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

smokken telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

smokken in het kort

smokken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van smokken staan er 65 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort smokken bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

smokken: kleine plooitjes in een stof leggen en deze met allerlei siersteken vastzetten
Deel smokken — standaardnederlands.nl