| - |
impersonal, passief
|
| er is gesmokt |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was gesmokt |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd gesmokt |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt gesmokt |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal gesmokt worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal gesmokt zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou gesmokt worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou gesmokt zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gesmokt |
verleden tijd, deelwoord
|
| gesmokt te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gesmokt te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gesmokt te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gesmokt te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gesmokt te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gesmokt worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gesmokt zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gesmokt zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gesmokt zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gesmokt zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gesmokt |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gesmokt |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gesmokt |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gesmokt |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gesmokt |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gesmokt |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gesmokt |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gesmokt |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gesmokt |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gesmokt |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gesmokt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gesmokt |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gesmokt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gesmokt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gesmokt |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is gesmokt |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| smok |
gebiedende wijs
|
| smokke |
aanvoegende wijs
|
| smokkend |
onvoltooid, deelwoord
|
| smokte |
verleden tijd
|
| te hebben gesmokt |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te smokken |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen smokken |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| waren gesmokt |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was gesmokt |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd gesmokt |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werden gesmokt |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| worden gesmokt |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt gesmokt |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal gesmokt hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gesmokt hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gesmokt hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal gesmokt worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal gesmokt zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal smokken |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal smokken |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal smokken |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zijn gesmokt |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zou gesmokt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gesmokt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gesmokt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou gesmokt worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou gesmokt zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou smokken |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou smokken |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou smokken |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden gesmokt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gesmokt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gesmokt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gesmokt worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gesmokt zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden smokken |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden smokken |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden smokken |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt gesmokt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt smokken |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen gesmokt hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gesmokt hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gesmokt hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gesmokt worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gesmokt zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen smokken |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen smokken |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen smokken |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen smokken |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult gesmokt hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult smokken |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|