Naar de inhoud

sluimeren

dommelen

sluimeren

werkwoord ˈslœymərə(n)

Betekenis

  1. dommelen
  2. inactief verborgen aanwezig zijn

Hoe spreek je sluimeren uit?

/ˈslœymərən/

Sluimeren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈslœymərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
l land
œy huis
m maan
ə de
r rood
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van sluimeren

sluimerenhele werkwoord — sluimerdeverleden tijd enkelvoud — sluimerdenverleden tijd meervoud — gesluimerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sluimer sluimerde
jij sluimert sluimerde
hij, zij, het sluimert sluimerde
wij sluimeren sluimerden
jullie sluimeren sluimerden
zij sluimeren sluimerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gesluimerd verleden tijd, deelwoord
gesluimerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesluimerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesluimerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesluimerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesluimerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesluimerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesluimerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesluimerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesluimerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesluimerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesluimerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesluimerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesluimerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesluimerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesluimerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesluimerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesluimerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sluimer gebiedende wijs
sluimerde verleden tijd
sluimere aanvoegende wijs
sluimerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesluimerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te sluimeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen sluimeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesluimerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesluimerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesluimerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal sluimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal sluimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal sluimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesluimerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesluimerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesluimerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou sluimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou sluimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou sluimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesluimerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesluimerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesluimerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden sluimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden sluimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden sluimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesluimerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt sluimeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesluimerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesluimerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesluimerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen sluimeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen sluimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen sluimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen sluimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesluimerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult sluimeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘dutten’ voor het eerst aangetroffen in 1450

Woordfamilie van sluimeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesluimerd voltooid deelwoord sluimeren
sluimerde verleden tijd sluimeren
sluimerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon sluimeren
sluimere aanvoegende wijs sluimeren
sluimert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon sluimeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sluimeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over sluimeren

Hoe spreek je sluimeren uit?
De uitspraak van sluimeren is: /ˈslœymərə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent sluimeren?
Sluimeren is een werkwoord. Het woord betekent: dommelen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je sluimeren?
Je vervoegt sluimeren als volgt: de tegenwoordige tijd is sluimer, de verleden tijd is sluimerde en het voltooid deelwoord is gesluimerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord sluimeren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. L 3
  3. U 4
  4. I 1
  5. M 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

sluimeren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. L 3
  3. U 2
  4. I 2
  5. M 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

sluimeren in het kort

sluimeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van sluimeren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort sluimeren bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

sluimeren: dommelen
Deel sluimeren — standaardnederlands.nl