Naar de inhoud

sluikstorten

illegaal afval storten

sluikstorten is meer dan één woord

sluikstorten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. illegaal afval storten
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van sluikstorten

sluikstortenhele werkwoord — sluikstortteverleden tijd enkelvoud — sluikstorttenverleden tijd meervoud — gesluikstortvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sluikstort sluikstortte
jij sluikstort sluikstortte
hij, zij, het sluikstort sluikstortte
wij sluikstorten sluikstortten
jullie sluikstorten sluikstortten
zij sluikstorten sluikstortten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gesluikstort impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesluikstort impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesluikstort impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesluikstort impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesluikstort worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesluikstort zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesluikstort worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesluikstort zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesluikstort verleden tijd, deelwoord
gesluikstort te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesluikstort zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesluikstort voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesluikstort voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesluikstort voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesluikstort voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesluikstort voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesluikstort voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesluikstort voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesluikstort voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesluikstort actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesluikstort voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesluikstort voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesluikstort voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesluikstort voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesluikstort voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesluikstort voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sluikstort gebiedende wijs
sluikstorte aanvoegende wijs
sluikstortend onvoltooid, deelwoord
sluikstortte verleden tijd
te hebben gesluikstort actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te sluikstorten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen sluikstorten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesluikstort hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesluikstort hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesluikstort hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal sluikstorten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal sluikstorten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal sluikstorten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesluikstort hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesluikstort hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesluikstort hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou sluikstorten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou sluikstorten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou sluikstorten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesluikstort hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesluikstort hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesluikstort hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden sluikstorten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden sluikstorten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden sluikstorten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesluikstort hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt sluikstorten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesluikstort hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesluikstort hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesluikstort hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen sluikstorten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen sluikstorten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen sluikstorten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen sluikstorten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesluikstort hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult sluikstorten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord sluikstort

Herkomst

samenstelling van sluik zn en storten ww

Woordfamilie van sluikstorten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesluikstort voltooid deelwoord sluikstorten
sluikstorte aanvoegende wijs sluikstorten
sluikstortend onvoltooid deelwoord sluikstorten
sluikstortende woordvorm sluikstorten
sluikstortte verleden tijd sluikstorten
sluikstortten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon sluikstorten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sluikstorten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over sluikstorten

Wat is de betekenis van sluikstorten?
Sluikstorten is een werkwoord. De betekenis is: illegaal afval storten. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik sluikstorten?
Zo vervoeg je sluikstorten zo: de tegenwoordige tijd is sluikstort, de verleden tijd is sluikstortte en het voltooid deelwoord is gesluikstort. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord sluikstorten is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. L 3
  3. U 4
  4. I 1
  5. K 3
  6. S 2
  7. T 2
  8. O 1
  9. R 2
  10. T 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

sluikstorten levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. L 3
  3. U 2
  4. I 2
  5. K 3
  6. S 2
  7. T 2
  8. O 1
  9. R 2
  10. T 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 zonder bonus
  14. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

sluikstorten in het kort

sluikstorten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van sluikstorten staan er 39 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort sluikstorten bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

sluikstorten: illegaal afval storten
Deel sluikstorten — standaardnederlands.nl