Naar de inhoud

sluiken

ongemerkt, kruipend iets verrichten

sluiken

werkwoord

Betekenis

  1. ongemerkt, kruipend iets verrichten
  2. smokkelen

Vervoeging van sluiken

sluikenhele werkwoord — slookverleden tijd enkelvoud — slokenverleden tijd meervoud — geslokenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sluik slook
jij sluikt slook
hij, zij, het sluikt slook
wij sluiken sloken
jullie sluiken sloken
zij sluiken sloken
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gesloken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesloken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesloken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesloken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesloken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesloken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesloken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesloken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesloken verleden tijd, deelwoord
gesloken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesloken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesloken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesloken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesloken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesloken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesloken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesloken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesloken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesloken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesloken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesloken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesloken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesloken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesloken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesloken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesloken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
slook verleden tijd
sluik gebiedende wijs
sluike aanvoegende wijs
sluikend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesloken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te sluiken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen sluiken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesloken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesloken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesloken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal sluiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal sluiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal sluiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesloken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesloken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesloken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou sluiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou sluiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou sluiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesloken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesloken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesloken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden sluiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden sluiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden sluiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesloken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt sluiken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesloken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesloken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesloken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen sluiken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen sluiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen sluiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen sluiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesloken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult sluiken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van sluiken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesloken voltooid deelwoord sluiken
sloken aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon sluiken
slook verleden tijd sluiken
sluikend onvoltooid deelwoord sluiken
sluikende woordvorm sluiken
sluikt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon sluiken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sluiken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over sluiken

Wat is de betekenis van sluiken?
Sluiken is een werkwoord. De betekenis is: ongemerkt, kruipend iets verrichten. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik sluiken?
Zo vervoeg je sluiken zo: de tegenwoordige tijd is sluik, de verleden tijd is slook en het voltooid deelwoord is gesloken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord sluiken is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. L 3
  3. U 4
  4. I 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

sluiken levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. L 3
  3. U 2
  4. I 2
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

sluiken telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

sluiken in het kort

sluiken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van sluiken staan er 41 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort sluiken bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

sluiken: ongemerkt, kruipend iets verrichten
Deel sluiken — standaardnederlands.nl