slissen
werkwoordBetekenis
- foutieve uitspraak van de letter s
Vervoeging van slissen
slissenhele werkwoord — slisteverleden tijd enkelvoud — slistenverleden tijd meervoud — geslistvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | slis | sliste |
| jij | slist | sliste |
| hij, zij, het | slist | sliste |
| wij | slissen | slisten |
| jullie | slissen | slisten |
| zij | slissen | slisten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geslist | verleden tijd, deelwoord |
| geslist te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geslist zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geslist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geslist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geslist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geslist | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geslist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geslist | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geslist | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geslist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geslist | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geslist | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geslist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geslist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geslist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geslist | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geslist | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| slis | gebiedende wijs |
| slisse | aanvoegende wijs |
| slissend | onvoltooid, deelwoord |
| sliste | verleden tijd |
| te hebben geslist | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te slissen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen slissen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geslist hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geslist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geslist hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal slissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal slissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal slissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geslist hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geslist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geslist hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou slissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou slissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou slissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geslist hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geslist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geslist hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden slissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden slissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden slissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geslist hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt slissen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geslist hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geslist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geslist hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen slissen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen slissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen slissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen slissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geslist hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult slissen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘lispelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1914
Woordfamilie van slissen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geslist | voltooid deelwoord | slissen |
| slis | gebiedende wijs | slissen |
| slisse | aanvoegende wijs | slissen |
| slissend | onvoltooid deelwoord | slissen |
| slissende | woordvorm | slissen |
| slist | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | slissen |
| sliste | verleden tijd | slissen |
| slisten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | slissen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slissen zijn vastgelegd.