Naar de inhoud

slieren

doelloos ergens ronddolen, kronkelen of rondlopen

slieren is meer dan één woord

slieren

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. doelloos ergens ronddolen, kronkelen of rondlopen
  2. slepend, glijdend voortbewegen of dansen

Vervoeging van slieren

slierenhele werkwoord — slierdeverleden tijd enkelvoud — slierdenverleden tijd meervoud — geslierdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik slier slierde
jij sliert slierde
hij, zij, het sliert slierde
wij slieren slierden
jullie slieren slierden
zij slieren slierden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geslierd verleden tijd, deelwoord
geslierd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geslierd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geslierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geslierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geslierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geslierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geslierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geslierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geslierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geslierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geslierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geslierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geslierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geslierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geslierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geslierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geslierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
slier gebiedende wijs
slierde verleden tijd
sliere aanvoegende wijs
slierend onvoltooid, deelwoord
te hebben geslierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te slieren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen slieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geslierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geslierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geslierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal slieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal slieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal slieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geslierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geslierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geslierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou slieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou slieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou slieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geslierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geslierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geslierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden slieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden slieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden slieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geslierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt slieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geslierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geslierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geslierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen slieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen slieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen slieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen slieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geslierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult slieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord slier

Woordfamilie van slieren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geslierd voltooid deelwoord slieren
slierde verleden tijd slieren
slierden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon slieren
sliere aanvoegende wijs slieren
slierend onvoltooid deelwoord slieren
slierende woordvorm slieren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slieren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over slieren

Wat betekent slieren?
Slieren is een werkwoord. Het woord betekent: doelloos ergens ronddolen, kronkelen of rondlopen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je slieren?
Je vervoegt slieren als volgt: de tegenwoordige tijd is slier, de verleden tijd is slierde en het voltooid deelwoord is geslierd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord slieren is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. L 3
  3. I 1
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

slieren levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 94 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. L 3
  3. I 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 94 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

slieren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

slieren in het kort

slieren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van slieren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort slieren bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

slieren: doelloos ergens ronddolen, kronkelen of rondlopen
Deel slieren — standaardnederlands.nl