Naar de inhoud

slenteren

langzaam, lusteloos ergens heen lopen

slenteren

werkwoord

Betekenis

  1. langzaam, lusteloos ergens heen lopen
  2. langzaam, lusteloos lopen
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

werkwoord

  1. langzaam en futloos/lusteloos ergens heen lopen ergative
  2. langzaam lopen zonder specifiek doel unergative
  3. slabakken, talmen, treuzelen obsolete, unergative
  4. kruipen ww, slingeren obsolete, unergative

Vervoeging van slenteren

slenterenhele werkwoord — slenterdeverleden tijd enkelvoud — slenterdenverleden tijd meervoud — geslenterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik slenter slenterde
jij slentert slenterde
hij, zij, het slentert slenterde
wij slenteren slenterden
jullie slenteren slenterden
zij slenteren slenterden
Alle 36 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geslenterd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was geslenterd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd geslenterd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt geslenterd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal geslenterd worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal geslenterd zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou geslenterd worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou geslenterd zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
geslenterd verleden tijd, deelwoord
geslenterd te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geslenterd zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hebben geslenterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
slenter gebiedende wijs
slenterde verleden tijd
slentere aanvoegende wijs
slenterend onvoltooid, deelwoord
te hebben/zijn geslenterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te slenteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen slenteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal slenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal slenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal slenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geslenterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zou slenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou slenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou slenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden slenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden slenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden slenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt slenteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen slenteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen slenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen slenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen slenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult slenteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Mogelijk van Protogermaans *slantjan-, Indo-Europees *sleidh-; dezelfde herkomst als slinderen. In de betekenissen "kruipen, slingeren"/"toeven, treuzelen" voor het eerst aangetroffen omstreeks 1599. In de tegenwoordig gangbaardere betekenis van ‘langzaam lopen’ voor het eerst aangetroffen in 1701

Woordfamilie van slenteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geslenterd voltooid deelwoord slenteren
geslenterde woordvorm slenteren
slenter gebiedende wijs slenteren
slenterde verleden tijd slenteren
slenterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon slenteren
slentere aanvoegende wijs slenteren
slenterend onvoltooid deelwoord slenteren
slenterende woordvorm slenteren
slentert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon slenteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slenteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over slenteren

Wat betekent slenteren?
Slenteren is een werkwoord. Het woord betekent: langzaam, lusteloos ergens heen lopen. Deze pagina beschrijft 8 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je slenteren?
Je vervoegt slenteren als volgt: de tegenwoordige tijd is slenter, de verleden tijd is slenterde en het voltooid deelwoord is geslenterd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord slenteren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. L 3
  3. E 1
  4. N 1
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

slenteren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. L 3
  3. E 1
  4. N 1
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

slenteren in het kort

slenteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 8 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van slenteren zijn 29 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort slenteren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

slenteren: langzaam, lusteloos ergens heen lopen
Deel slenteren — standaardnederlands.nl