slampampen
werkwoordBetekenis
- nutteloos rondhangen, niets zinvols doen
- brassen 1, zich overdadig te buiten gaan (op een feest e.d.)
werkwoord
- brassen [1], zich overdadig te buiten gaan (op een feest e.d.) informal, intransitive
Vervoeging van slampampen
slampampenhele werkwoord — slampampteverleden tijd enkelvoud — slampamptenverleden tijd meervoud — geslampamptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | slampamp | slampampte |
| jij | slampampt | slampampte |
| hij, zij, het | slampampt | slampampte |
| wij | slampampen | slampampten |
| jullie | slampampen | slampampten |
| zij | slampampen | slampampten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geslampampt | verleden tijd, deelwoord |
| geslampampt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geslampampt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geslampampt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geslampampt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geslampampt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geslampampt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geslampampt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geslampampt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geslampampt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geslampampt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geslampampt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geslampampt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geslampampt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geslampampt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geslampampt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geslampampt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geslampampt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| slampamp | gebiedende wijs |
| slampampe | aanvoegende wijs |
| slampampend | onvoltooid, deelwoord |
| slampampte | verleden tijd |
| te hebben geslampampt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te slampampen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen slampampen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geslampampt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geslampampt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geslampampt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal slampampen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal slampampen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal slampampen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geslampampt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geslampampt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geslampampt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou slampampen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou slampampen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou slampampen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geslampampt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geslampampt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geslampampt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden slampampen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden slampampen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden slampampen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geslampampt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt slampampen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geslampampt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geslampampt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geslampampt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen slampampen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen slampampen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen slampampen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen slampampen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geslampampt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult slampampen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Samentrekking van slempen en pampen "volstoppen". In de betekenis van ‘brassen, leeglopen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1532
Woordfamilie van slampampen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geslampampt | voltooid deelwoord | slampampen |
| slampamp | gebiedende wijs | slampampen |
| slampampe | aanvoegende wijs | slampampen |
| slampampend | onvoltooid deelwoord | slampampen |
| slampampende | woordvorm | slampampen |
| slampampt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | slampampen |
| slampampte | verleden tijd | slampampen |
| slampampten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | slampampen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slampampen zijn vastgelegd.