Naar de inhoud

slalommen

zigzaggend voortbewegen, zigzaggen.

slalommen

werkwoord

Betekenis

  1. zigzaggend voortbewegen, zigzaggen.
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

werkwoord

  1. zigzaggend zich door uitgezette poortjes voortbewegen, zigzaggen, gewoonlijk op ski's

Vervoeging van slalommen

slalommenhele werkwoord — slalomdeverleden tijd enkelvoud — slalomdenverleden tijd meervoud — geslalomdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik slalom slalomde
jij slalomt slalomde
hij, zij, het slalomt slalomde
wij slalommen slalomden
jullie slalommen slalomden
zij slalommen slalomden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geslalomd verleden tijd, deelwoord
geslalomd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geslalomd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geslalomd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geslalomd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geslalomd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geslalomd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geslalomd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geslalomd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geslalomd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geslalomd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geslalomd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geslalomd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geslalomd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geslalomd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geslalomd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geslalomd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geslalomd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
slalom gebiedende wijs
slalomde verleden tijd
slalomme aanvoegende wijs
slalommend onvoltooid, deelwoord
te hebben geslalomd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te slalommen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen slalommen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geslalomd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geslalomd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geslalomd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal slalommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal slalommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal slalommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geslalomd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geslalomd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geslalomd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou slalommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou slalommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou slalommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geslalomd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geslalomd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geslalomd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden slalommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden slalommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden slalommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geslalomd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt slalommen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geslalomd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geslalomd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geslalomd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen slalommen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen slalommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen slalommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen slalommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geslalomd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult slalommen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van slalommen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geslalomd voltooid deelwoord slalommen
slalomde verleden tijd slalommen
slalomden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon slalommen
slalomme aanvoegende wijs slalommen
slalommend onvoltooid deelwoord slalommen
slalommende woordvorm slalommen
slalomt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon slalommen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slalommen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over slalommen

Wat is de betekenis van slalommen?
Slalommen is een werkwoord. De betekenis is: zigzaggend voortbewegen, zigzaggen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik slalommen?
Zo vervoeg je slalommen zo: de tegenwoordige tijd is slalom, de verleden tijd is slalomde en het voltooid deelwoord is geslalomd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord slalommen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. L 3
  3. A 1
  4. L 3
  5. O 1
  6. M 3
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

slalommen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. L 3
  3. A 1
  4. L 3
  5. O 1
  6. M 3
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

slalommen in het kort

slalommen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van slalommen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort slalommen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

slalommen: zigzaggend voortbewegen, zigzaggen.
Deel slalommen — standaardnederlands.nl