Naar de inhoud

slaapwandelen

onbewust daarvan rondwandelen in een toestand van slaap

slaapwandelen

werkwoord ˈslapwɑndələ(n)

Betekenis

  1. onbewust daarvan rondwandelen in een toestand van slaap
  2. tweede betekenisomschrijving.
  3. enz.

Hoe spreek je slaapwandelen uit?

/ˈslapwɑndələn/

Slaapwandelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈslapwɑndələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
l land
a maan
p pak
w quiz
ɑ bad
n nek
d dak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van slaapwandelen

slaapwandelenhele werkwoord — slaapwandeldeverleden tijd enkelvoud — slaapwandeldenverleden tijd meervoud — geslaapwandeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik slaapwandel slaapwandelde
jij slaapwandelt slaapwandelde
hij, zij, het slaapwandelt slaapwandelde
wij slaapwandelen slaapwandelden
jullie slaapwandelen slaapwandelden
zij slaapwandelen slaapwandelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geslaapwandeld verleden tijd, deelwoord
geslaapwandeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geslaapwandeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geslaapwandeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geslaapwandeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geslaapwandeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geslaapwandeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geslaapwandeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geslaapwandeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geslaapwandeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geslaapwandeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geslaapwandeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geslaapwandeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geslaapwandeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geslaapwandeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geslaapwandeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geslaapwandeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geslaapwandeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
slaapwandel gebiedende wijs
slaapwandelde verleden tijd
slaapwandele aanvoegende wijs
slaapwandelend onvoltooid, deelwoord
te hebben geslaapwandeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te slaapwandelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen slaapwandelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geslaapwandeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geslaapwandeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geslaapwandeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal slaapwandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal slaapwandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal slaapwandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geslaapwandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geslaapwandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geslaapwandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou slaapwandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou slaapwandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou slaapwandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geslaapwandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geslaapwandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geslaapwandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden slaapwandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden slaapwandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden slaapwandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geslaapwandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt slaapwandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geslaapwandeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geslaapwandeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geslaapwandeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen slaapwandelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen slaapwandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen slaapwandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen slaapwandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geslaapwandeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult slaapwandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van slaap en wandelen

Woordfamilie van slaapwandelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geslaapwandeld voltooid deelwoord slaapwandelen
slaapwandel gebiedende wijs slaapwandelen
slaapwandelde verleden tijd slaapwandelen
slaapwandelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon slaapwandelen
slaapwandele aanvoegende wijs slaapwandelen
slaapwandelend onvoltooid deelwoord slaapwandelen
slaapwandelende woordvorm slaapwandelen
slaapwandelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon slaapwandelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slaapwandelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over slaapwandelen

Hoe spreek ik slaapwandelen uit?
Zo spreek je slaapwandelen uit: /ˈslapwɑndələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van slaapwandelen?
Slaapwandelen is een werkwoord. De betekenis is: onbewust daarvan rondwandelen in een toestand van slaap. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik slaapwandelen?
Zo vervoeg je slaapwandelen zo: de tegenwoordige tijd is slaapwandel, de verleden tijd is slaapwandelde en het voltooid deelwoord is geslaapwandeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord slaapwandelen is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. L 3
  3. A 1
  4. A 1
  5. P 3
  6. W 5
  7. A 1
  8. N 1
  9. D 2
  10. E 1
  11. L 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

slaapwandelen levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. L 3
  3. A 1
  4. A 1
  5. P 4
  6. W 5
  7. A 1
  8. N 1
  9. D 2
  10. E 1
  11. L 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 26 zonder bonus
  15. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

slaapwandelen in het kort

slaapwandelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van slaapwandelen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort slaapwandelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

slaapwandelen: onbewust daarvan rondwandelen in een toestand van slaap
Deel slaapwandelen — standaardnederlands.nl