Naar de inhoud

skimmen

de magneetstrip van een (inmiddels verouderd) bankpasje van een ander kopiëren met het doel, als het tevens lukt de pincode van die bankpas te bemachtigen, daarmee illegaal geldopnames te verrichten

skimmen

werkwoord

Betekenis

  1. de magneetstrip van een (inmiddels verouderd) bankpasje van een ander kopiëren met het doel, als het tevens lukt de pincode van die bankpas te bemachtigen, daarmee illegaal geldopnames te verrichten

Vervoeging van skimmen

skimmenhele werkwoord — skimdeverleden tijd enkelvoud — skimdenverleden tijd meervoud — geskimdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik skim skimde
jij skimt skimde
hij, zij, het skimt skimde
wij skimmen skimden
jullie skimmen skimden
zij skimmen skimden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geskimd verleden tijd, deelwoord
geskimd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geskimd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geskimd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geskimd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geskimd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geskimd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geskimd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geskimd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geskimd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geskimd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geskimd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geskimd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geskimd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geskimd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geskimd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geskimd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geskimd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
skim gebiedende wijs
skimde verleden tijd
skimme aanvoegende wijs
skimmend onvoltooid, deelwoord
te hebben geskimd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te skimmen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen skimmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geskimd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geskimd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geskimd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal skimmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal skimmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal skimmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geskimd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geskimd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geskimd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou skimmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou skimmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou skimmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geskimd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geskimd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geskimd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden skimmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden skimmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden skimmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geskimd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt skimmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geskimd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geskimd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geskimd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen skimmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen skimmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen skimmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen skimmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geskimd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult skimmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

van het Engels

Woordfamilie van skimmen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geskimd voltooid deelwoord skimmen
skim gebiedende wijs skimmen
skimde verleden tijd skimmen
skimden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon skimmen
skimme aanvoegende wijs skimmen
skimmend onvoltooid deelwoord skimmen
skimmende woordvorm skimmen
skimt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon skimmen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van skimmen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over skimmen

Wat is de betekenis van skimmen?
Skimmen is een werkwoord. De betekenis is: de magneetstrip van een (inmiddels verouderd) bankpasje van een ander kopiëren met het doel, als het tevens lukt de pincode van die bankpas te bemachtigen, daarmee illegaal geldopnames te verrichten.
Hoe vervoeg ik skimmen?
Zo vervoeg je skimmen zo: de tegenwoordige tijd is skim, de verleden tijd is skimde en het voltooid deelwoord is geskimd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord skimmen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. K 3
  3. I 1
  4. M 3
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

skimmen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. K 3
  3. I 2
  4. M 3
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

skimmen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

skimmen in het kort

skimmen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van skimmen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort skimmen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

skimmen: de magneetstrip van een (inmiddels verouderd) bankpasje van een ander kopiëren met het doel, als het tevens lukt de pincode van die bankpas te bemachtigen, daarmee illegaal geldopnames te verrichten
Deel skimmen — standaardnederlands.nl