Naar de inhoud

sjoemelen

knoeien, frauderen

sjoemelen

werkwoord /ˈʃu.mə.lə(n)/

Betekenis

  1. knoeien, frauderen

Hoe spreek je sjoemelen uit?

/ˈʃumələn/

Sjoemelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈʃumələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ʃ sjaal
u boek
m maan
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van sjoemelen

sjoemelenhele werkwoord — sjoemeldeverleden tijd enkelvoud — sjoemeldenverleden tijd meervoud — gesjoemeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sjoemel sjoemelde
jij sjoemelt sjoemelde
hij, zij, het sjoemelt sjoemelde
wij sjoemelen sjoemelden
jullie sjoemelen sjoemelden
zij sjoemelen sjoemelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gesjoemeld verleden tijd, deelwoord
gesjoemeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesjoemeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesjoemeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesjoemeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesjoemeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesjoemeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesjoemeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesjoemeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesjoemeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesjoemeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sjoemel gebiedende wijs
sjoemelde verleden tijd
sjoemele aanvoegende wijs
sjoemelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesjoemeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te sjoemelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen sjoemelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesjoemeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesjoemeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesjoemeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal sjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal sjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal sjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesjoemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesjoemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesjoemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou sjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou sjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou sjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesjoemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesjoemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesjoemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden sjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden sjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden sjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesjoemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt sjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesjoemeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesjoemeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesjoemeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen sjoemelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen sjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen sjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen sjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesjoemeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult sjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Duits schum­me­ln , in de betekenis van Frans “tricher” (Ned. “bedriegen, oplichten”) voor het eerst aangetroffen in 1907.

Woordfamilie van sjoemelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesjoemeld voltooid deelwoord sjoemelen
sjoemel gebiedende wijs sjoemelen
sjoemelde verleden tijd sjoemelen
sjoemelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon sjoemelen
sjoemele aanvoegende wijs sjoemelen
sjoemelend onvoltooid deelwoord sjoemelen
sjoemelende woordvorm sjoemelen
sjoemelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon sjoemelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sjoemelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over sjoemelen

Hoe spreek je sjoemelen uit?
De uitspraak van sjoemelen is: /ˈʃu.mə.lə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent sjoemelen?
Sjoemelen is een werkwoord. Het woord betekent: knoeien, frauderen.
Hoe vervoeg je sjoemelen?
Je vervoegt sjoemelen als volgt: de tegenwoordige tijd is sjoemel, de verleden tijd is sjoemelde en het voltooid deelwoord is gesjoemeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord sjoemelen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. J 4
  3. O 1
  4. E 1
  5. M 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

sjoemelen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. J 4
  3. O 1
  4. E 1
  5. M 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

sjoemelen in het kort

sjoemelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van sjoemelen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort sjoemelen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

sjoemelen: knoeien, frauderen
Deel sjoemelen — standaardnederlands.nl