Naar de inhoud

sjacheren

minderwaardige handel drijven, op minder fatsoenlijke manier handel drijven

sjacheren

werkwoord

Betekenis

  1. minderwaardige handel drijven, op minder fatsoenlijke manier handel drijven
  2. pingelen

Vervoeging van sjacheren

sjacherenhele werkwoord — sjacherdeverleden tijd enkelvoud — sjacherdenverleden tijd meervoud — gesjacherdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sjacher sjacherde
jij sjachert sjacherde
hij, zij, het sjachert sjacherde
wij sjacheren sjacherden
jullie sjacheren sjacherden
zij sjacheren sjacherden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gesjacherd verleden tijd, deelwoord
gesjacherd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesjacherd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesjacherd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesjacherd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesjacherd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesjacherd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesjacherd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesjacherd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesjacherd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesjacherd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesjacherd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesjacherd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesjacherd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesjacherd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesjacherd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesjacherd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesjacherd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sjacher gebiedende wijs
sjacherde verleden tijd
sjachere aanvoegende wijs
sjacherend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesjacherd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te sjacheren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen sjacheren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesjacherd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesjacherd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesjacherd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal sjacheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal sjacheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal sjacheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesjacherd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesjacherd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesjacherd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou sjacheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou sjacheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou sjacheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesjacherd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesjacherd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesjacherd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden sjacheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden sjacheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden sjacheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesjacherd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt sjacheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesjacherd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesjacherd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesjacherd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen sjacheren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen sjacheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen sjacheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen sjacheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesjacherd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult sjacheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘minderwaardige handel drijven’ voor het eerst aangetroffen in 1676

Woordfamilie van sjacheren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesjacherd voltooid deelwoord sjacheren
sjacher gebiedende wijs sjacheren
sjacherde verleden tijd sjacheren
sjacherden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon sjacheren
sjachere aanvoegende wijs sjacheren
sjacherend onvoltooid deelwoord sjacheren
sjacherende woordvorm sjacheren
sjachert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon sjacheren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sjacheren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over sjacheren

Wat is de betekenis van sjacheren?
Sjacheren is een werkwoord. De betekenis is: minderwaardige handel drijven, op minder fatsoenlijke manier handel drijven. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik sjacheren?
Zo vervoeg je sjacheren zo: de tegenwoordige tijd is sjacher, de verleden tijd is sjacherde en het voltooid deelwoord is gesjacherd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord sjacheren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. J 4
  3. A 1
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

sjacheren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. J 4
  3. A 1
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

sjacheren in het kort

sjacheren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van sjacheren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort sjacheren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

sjacheren: minderwaardige handel drijven, op minder fatsoenlijke manier handel drijven
Deel sjacheren — standaardnederlands.nl