show
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ʃoʊ/Betekenis
- een onderhoudende presentatie.
- uitvoering van een (klein)kunstwerk
- vertoning
- tonen
- vertonen
- aanwijzen
- bewijzen
Hoe spreek je show uit?
/ʃoʊ/
Show bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ʃ | sjaal |
| o | boot |
| ʊ | boek |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| shows | meervoud |
| showtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| showtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van showen
- gebiedende wijs van showen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van showen
Vervoeging van show
showhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels. In de betekenis van ‘voorstelling, tentoonstelling’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Woordfamilie van show
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| shows | meervoud | show |
| showtje | verkleinwoord | show |
| showtjes | verkleinwoord meervoud | show |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van show zijn vastgelegd.