shopper
zelfstandig naamwoordBetekenis
- grote boodschappentas of boodschappenwagentje
- iemand die shopt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| shoppers | meervoud |
| shoppertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| shoppertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van shoppen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van shopper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| shoppers | meervoud | shopper |
| shoppertje | verkleinwoord | shopper |
| shoppertjes | verkleinwoord meervoud | shopper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van shopper zijn vastgelegd.