separeren
werkwoordBetekenis
- afzonderen, van elkaar scheiden, afscheiden
Vervoeging van separeren
separerenhele werkwoord — separeerdeverleden tijd enkelvoud — separeerdenverleden tijd meervoud — gesepareerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | separeer | separeerde |
| jij | separeert | separeerde |
| hij, zij, het | separeert | separeerde |
| wij | separeren | separeerden |
| jullie | separeren | separeerden |
| zij | separeren | separeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gesepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gesepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gesepareerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesepareerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesepareerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesepareerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesepareerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesepareerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesepareerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesepareerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesepareerd | verleden tijd, deelwoord |
| gesepareerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesepareerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesepareerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesepareerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesepareerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesepareerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesepareerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesepareerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesepareerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesepareerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesepareerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesepareerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesepareerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesepareerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesepareerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesepareerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesepareerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesepareerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gesepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gesepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| separeer | gebiedende wijs |
| separeerde | verleden tijd |
| separere | aanvoegende wijs |
| separerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesepareerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te separeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen separeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gesepareerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesepareerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gesepareerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesepareerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gesepareerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gesepareerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gesepareerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gesepareerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gesepareerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gesepareerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gesepareerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gesepareerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gesepareerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gesepareerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gesepareerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gesepareerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gesepareerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gesepareerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gesepareerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gesepareerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gesepareerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesepareerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesepareerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gesepareerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesepareerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gesepareerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesepareerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal separeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal separeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal separeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gesepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gesepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gesepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gesepareerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gesepareerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesepareerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesepareerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gesepareerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesepareerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gesepareerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesepareerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesepareerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesepareerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou separeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou separeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou separeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesepareerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesepareerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesepareerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesepareerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gesepareerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gesepareerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesepareerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesepareerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesepareerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden separeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden separeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden separeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesepareerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesepareerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesepareerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt separeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesepareerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesepareerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesepareerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesepareerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gesepareerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gesepareerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesepareerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesepareerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesepareerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen separeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen separeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen separeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen separeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesepareerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesepareerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesepareerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult separeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse séparer (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van separeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesepareerd | voltooid deelwoord | separeren |
| separeer | gebiedende wijs | separeren |
| separeerde | verleden tijd | separeren |
| separeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | separeren |
| separeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | separeren |
| separere | aanvoegende wijs | separeren |
| separerend | onvoltooid deelwoord | separeren |
| separerende | woordvorm | separeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van separeren zijn vastgelegd.