seminarist
zelfstandig naamwoordBetekenis
- student aan een seminarie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| seminaristen | meervoud |
| seminaristje | verkleinwoord, enkelvoud |
| seminaristjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van seminarie met het achtervoegsel -ist
Woordfamilie van seminarist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| seminaristen | meervoud | seminarist |
| seminaristje | verkleinwoord | seminarist |
| seminaristjes | verkleinwoord meervoud | seminarist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van seminarist zijn vastgelegd.