seculariseren
werkwoordBetekenis
- verwereldlijken
Vervoeging van seculariseren
seculariserenhele werkwoord — seculariseerdeverleden tijd enkelvoud — seculariseerdenverleden tijd meervoud — geseculariseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | seculariseer | seculariseerde |
| jij | seculariseert | seculariseerde |
| hij, zij, het | seculariseert | seculariseerde |
| wij | seculariseren | seculariseerden |
| jullie | seculariseren | seculariseerden |
| zij | seculariseren | seculariseerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geseculariseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geseculariseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geseculariseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geseculariseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geseculariseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geseculariseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geseculariseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geseculariseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geseculariseerd | verleden tijd, deelwoord |
| geseculariseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geseculariseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geseculariseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geseculariseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geseculariseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geseculariseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geseculariseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geseculariseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geseculariseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geseculariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geseculariseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geseculariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geseculariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geseculariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geseculariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geseculariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geseculariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| seculariseer | gebiedende wijs |
| seculariseerde | verleden tijd |
| secularisere | aanvoegende wijs |
| seculariserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geseculariseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te seculariseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen seculariseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geseculariseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geseculariseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geseculariseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal seculariseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal seculariseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal seculariseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geseculariseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geseculariseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geseculariseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou seculariseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou seculariseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou seculariseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geseculariseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geseculariseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geseculariseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden seculariseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden seculariseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden seculariseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geseculariseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt seculariseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geseculariseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geseculariseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geseculariseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen seculariseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen seculariseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen seculariseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen seculariseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geseculariseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult seculariseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verwereldlijken’ voor het eerst aangetroffen in 1859
Woordfamilie van seculariseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geseculariseerd | voltooid deelwoord | seculariseren |
| seculariseer | gebiedende wijs | seculariseren |
| seculariseerde | verleden tijd | seculariseren |
| seculariseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | seculariseren |
| seculariseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | seculariseren |
| secularisere | aanvoegende wijs | seculariseren |
| seculariserend | onvoltooid deelwoord | seculariseren |
| seculariserende | woordvorm | seculariseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van seculariseren zijn vastgelegd.