sealen
werkwoordBetekenis
- strak onwikkelen met plastic folie
- luchtdicht verpakken
Vervoeging van sealen
sealenhele werkwoord — sealdeverleden tijd enkelvoud — sealdenverleden tijd meervoud — gesealdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | seal | sealde |
| jij | sealt | sealde |
| hij, zij, het | sealt | sealde |
| wij | sealen | sealden |
| jullie | sealen | sealden |
| zij | sealen | sealden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geseald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geseald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geseald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geseald | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geseald | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geseald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geseald worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geseald zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geseald worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geseald zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geseald | verleden tijd, deelwoord |
| geseald te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geseald te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geseald te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geseald te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geseald te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geseald worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geseald zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geseald zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geseald zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geseald zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geseald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geseald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geseald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geseald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geseald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geseald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geseald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geseald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geseald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geseald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geseald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geseald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geseald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geseald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geseald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geseald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geseald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| seal | gebiedende wijs |
| sealde | verleden tijd |
| seale | aanvoegende wijs |
| sealend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geseald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te sealen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen sealen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geseald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geseald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geseald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geseald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geseald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geseald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geseald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geseald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geseald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geseald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geseald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geseald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geseald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geseald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geseald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geseald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geseald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geseald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geseald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geseald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geseald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geseald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geseald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geseald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geseald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geseald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geseald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal sealen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal sealen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal sealen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geseald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geseald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geseald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geseald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geseald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geseald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geseald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geseald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geseald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geseald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geseald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geseald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geseald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou sealen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou sealen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou sealen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geseald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geseald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geseald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geseald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geseald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geseald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geseald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geseald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geseald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden sealen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden sealen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden sealen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geseald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geseald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geseald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt sealen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geseald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geseald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geseald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geseald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geseald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geseald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geseald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geseald zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geseald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen sealen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen sealen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen sealen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen sealen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geseald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geseald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geseald zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult sealen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Van het Engelse to seal
Woordfamilie van sealen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geseald | voltooid deelwoord | sealen |
| gesealde | woordvorm | sealen |
| seal | gebiedende wijs | sealen |
| sealde | verleden tijd | sealen |
| sealden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | sealen |
| seale | aanvoegende wijs | sealen |
| sealend | onvoltooid deelwoord | sealen |
| sealende | woordvorm | sealen |
| sealt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | sealen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sealen zijn vastgelegd.