Naar de inhoud

schuwen

mijden

schuwen

werkwoord

Betekenis

  1. mijden

Vervoeging van schuwen

schuwenhele werkwoord — schuwdeverleden tijd enkelvoud — schuwdenverleden tijd meervoud — geschuwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schuw schuwde
jij schuwt schuwde
hij, zij, het schuwt schuwde
wij schuwen schuwden
jullie schuwen schuwden
zij schuwen schuwden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geschuwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geschuwd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geschuwd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geschuwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geschuwd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geschuwd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geschuwd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geschuwd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geschuwd verleden tijd, deelwoord
geschuwd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geschuwd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geschuwd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschuwd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschuwd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschuwd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geschuwd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geschuwd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geschuwd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geschuwd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schuw gebiedende wijs
schuwde verleden tijd
schuwe aanvoegende wijs
schuwend onvoltooid, deelwoord
te hebben geschuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schuwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geschuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geschuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geschuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geschuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geschuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geschuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geschuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geschuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geschuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geschuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geschuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geschuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geschuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geschuwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geschuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geschuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geschuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geschuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geschuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geschuwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geschuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geschuwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschuwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geschuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geschuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geschuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geschuwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geschuwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschuwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschuwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geschuwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geschuwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘bang zijn, vermijden’ voor het eerst aangetroffen in 1100

Woordfamilie van schuwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geschuwd voltooid deelwoord schuwen
geschuwde woordvorm schuwen
schuwde verleden tijd schuwen
schuwden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schuwen
schuwend onvoltooid deelwoord schuwen
schuwende woordvorm schuwen
schuwt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schuwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schuwen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over schuwen

Wat betekent schuwen?
Schuwen is een werkwoord. Het woord betekent: mijden.
Hoe vervoeg je schuwen?
Je vervoegt schuwen als volgt: de tegenwoordige tijd is schuw, de verleden tijd is schuwde en het voltooid deelwoord is geschuwd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schuwen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. U 4
  5. W 5
  6. E 1
  7. N 1
  8. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schuwen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 130 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. U 2
  5. W 5
  6. E 1
  7. N 1
  8. 20 zonder bonus
  9. 130 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

schuwen telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

schuwen in het kort

schuwen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van schuwen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort schuwen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

schuwen: mijden
Deel schuwen — standaardnederlands.nl