schurk
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈsxʏrᵊkBetekenis
- een persoon die kwaad bedrijft
- een ondeugend kind
Hoe spreek je schurk uit?
/ˈsxʏrək/
Schurk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ʏ | put |
| r | rood |
| ə | de |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- persoon die kwaad in de zin heeft en/of bedrijft pejorative
- een ondeugend iemand, m.n. een kind
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schurken | meervoud |
| schurkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schurkjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zich schurken
- gebiedende wijs van zich schurken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zich schurken
Vervoeging van schurk
schurkhele werkwoord
Herkomst
Van Duits Schurke. In de betekenis van ‘boef’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1701
Woordfamilie van schurk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schurkje | verkleinwoord | schurk |
| schurkjes | verkleinwoord meervoud | schurk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schurk zijn vastgelegd.