Naar de inhoud

schreien

huilen

schreien

werkwoord

Betekenis

  1. huilen

werkwoord

  1. ) huilen, wenen formal, intransitive

Vervoeging van schreien

schreienhele werkwoord — schreideverleden tijd enkelvoud — schreidenverleden tijd meervoud — geschreidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schrei schreide
jij schreit schreide
hij, zij, het schreit schreide
wij schreien schreiden
jullie schreien schreiden
zij schreien schreiden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geschreid verleden tijd, deelwoord
geschreid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschreid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschreid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschreid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschreid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschreid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschreid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschreid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschreid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschreid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschreid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschreid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschreid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschreid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschreid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschreid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschreid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schrei gebiedende wijs
schreide verleden tijd
schreie aanvoegende wijs
schreiend onvoltooid, deelwoord
te hebben geschreid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schreien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schreien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geschreid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschreid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschreid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schreien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schreien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schreien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geschreid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschreid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschreid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schreien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schreien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schreien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschreid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschreid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschreid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schreien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schreien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schreien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschreid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schreien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschreid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschreid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschreid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schreien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schreien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schreien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schreien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschreid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schreien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘huilen’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Woordfamilie van schreien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geschreid voltooid deelwoord schreien
schrei gebiedende wijs schreien
schreide verleden tijd schreien
schreiden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schreien
schreie aanvoegende wijs schreien
schreiend onvoltooid deelwoord schreien
schreiende woordvorm schreien
schreit aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schreien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schreien zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over schreien

Wat betekent schreien?
Schreien is een werkwoord. Het woord betekent: huilen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je schreien?
Je vervoegt schreien als volgt: de tegenwoordige tijd is schrei, de verleden tijd is schreide en het voltooid deelwoord is geschreid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schreien is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. R 2
  5. E 1
  6. I 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schreien levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. R 2
  5. E 1
  6. I 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schreien in het kort

schreien staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van schreien zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort schreien bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

schreien: huilen
Deel schreien — standaardnederlands.nl