schoonwrijven
werkwoordBetekenis
- door wrijving vuil verwijderen
Vervoeging van schoonwrijven
schoonwrijvenhele werkwoord — wreef schoonverleden tijd enkelvoud — wreven schoonverleden tijd meervoud — schoongewrevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | wrijf schoon | wreef schoon |
| jij | wrijft schoon | wreef schoon |
| hij, zij, het | wrijft schoon | wreef schoon |
| wij | wrijven schoon | wreven schoon |
| jullie | wrijven schoon | wreven schoon |
| zij | wrijven schoon | wreven schoon |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had schoongewreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had schoongewreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had schoongewreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden schoongewreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden schoongewreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden schoongewreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt schoongewreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb schoongewreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben schoongewreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben schoongewreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben schoongewreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben schoongewreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt schoongewreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft schoongewreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft schoongewreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schoon te wrijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| schoon te zullen wrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| schoon zal wrijven | bijzin, toekomende tijd |
| schoon zou wrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| schoon zouden wrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| schoon zoudt wrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| schoon zullen wrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| schoon zullen wrijven | bijzin, toekomende tijd |
| schoon zult wrijven | bijzin, toekomende tijd |
| schoongewreven | verleden tijd, deelwoord |
| schoongewreven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| schoongewreven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| schoonwreef | bijzin, verleden tijd |
| schoonwreven | bijzin, verleden tijd |
| schoonwrijf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| schoonwrijft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| schoonwrijvend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben schoongewreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen schoonwrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| wreef schoon | verleden tijd |
| wrijf schoon | gebiedende wijs |
| zal schoongewreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal schoongewreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal schoongewreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal schoonwrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal schoonwrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal schoonwrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal schoonwrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zou schoongewreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou schoongewreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou schoongewreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou schoonwrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou schoonwrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou schoonwrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou schoonwrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) schoonwrijven schoon zou(dt) wrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden schoongewreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden schoongewreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden schoongewreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden schoonwrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden schoonwrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden schoonwrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden schoonwrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt schoongewreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt schoonwrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt schoonwrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen schoongewreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen schoongewreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen schoongewreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen schoonwrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen schoonwrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen schoonwrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen schoonwrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen schoonwrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zult schoongewreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult schoonwrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult schoonwrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal schoonwrijven schoon zult/zal wrijven | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van schoon en wrijven
Woordfamilie van schoonwrijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schoongewreven | voltooid deelwoord | schoonwrijven |
| schoonwreef | subordinate-clause, verleden tijd | schoonwrijven |
| schoonwreven | subordinate-clause, verleden tijd | schoonwrijven |
| schoonwrijf | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | schoonwrijven |
| schoonwrijft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | schoonwrijven |
| schoonwrijve | with-subordinate-clause | schoonwrijven |
| schoonwrijvend | onvoltooid deelwoord | schoonwrijven |
| schoonwrijvende | woordvorm | schoonwrijven |
| wreef schoon | verleden tijd | schoonwrijven |
| wreven schoon | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | schoonwrijven |
| wrijf schoon | gebiedende wijs | schoonwrijven |
| wrijft schoon | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | schoonwrijven |
| wrijve schoon | woordvorm | schoonwrijven |
| wrijven schoon | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | schoonwrijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schoonwrijven zijn vastgelegd.