malie
zelfstandig naamwoord ˈmaliBetekenis
- ringetje of lusje van metaal dat onderdeel van een wapenrok is
- een heraldisch stuk in de vorm van een geledigde ruit
- een metalen of kunststoffen ringetje of buisje aan het eind van een veter dat rafelen tegengaat
- het slaghout van een oud kolfspel waarbij een bal voortbewogen wordt over een baan
Hoe spreek je malie uit?
/ˈmali/
Malie bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| a | maan |
| l | land |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als mali.
zelfstandig naamwoord
- eveneens de benaming voor elk van de ringetjes in schoeisel, waar de veter doorheen geregen wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| malies | meervoud |
| malietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| malietjes | verkleinwoord, meervoud |
| maliën | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘houten kolf’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1637
Woordfamilie van malie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| malies | meervoud | malie |
| malietje | verkleinwoord | malie |
| malietjes | verkleinwoord meervoud | malie |
| maliën | meervoud | malie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van malie zijn vastgelegd.