schipbreukeling
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het slachtoffer van een schipbreuk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schipbreukelingen | meervoud |
| schipbreukelingetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schipbreukelingetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Afgeleid van schipbreuk met het achtervoegsel -ling met het invoegsel -e-
Woordfamilie van schipbreukeling
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schipbreukelingen | meervoud | schipbreukeling |
| schipbreukelingetje | verkleinwoord | schipbreukeling |
| schipbreukelingetjes | verkleinwoord meervoud | schipbreukeling |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schipbreukeling zijn vastgelegd.