scheut
zelfstandig naamwoord sxøtBetekenis
- een nieuw groeisel aan een plant
- een niet al te goed afgemeten hoeveelheid vloeistof, meestal snel geschonken uit een fles of kan
- een snelle, doordringende gewaarwording (- pijnscheut)
Hoe spreek je scheut uit?
/sxøt/
Scheut bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ø | deur |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een snelle, doordringende gewaarwording (-> pijnscheut)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scheuten | meervoud |
| scheutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| scheutjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘loot’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Woordfamilie van scheut
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scheuten | meervoud | scheut |
| scheutje | verkleinwoord | scheut |
| scheutjes | verkleinwoord meervoud | scheut |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scheut zijn vastgelegd.