scherts
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- grappige of speelse beschouwing of opvatting
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schertsen | meervoud |
| schertsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schertsjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schertsen
- gebiedende wijs van schertsen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schertsen
Vervoeging van scherts
schertshele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘gekheid’ voor het eerst aangetroffen in 1477
Woordfamilie van scherts
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schertsje | verkleinwoord | scherts |
| schertsjes | verkleinwoord meervoud | scherts |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scherts zijn vastgelegd.