scherf
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈsxɛrᵊfBetekenis
- een onregelmatig gevormd stuk materie dat deel heeft uitgemaakt van een groter geheel
- een fragment van een granaat
- diggel
- granaatscherf, splinter
Hoe spreek je scherf uit?
/ˈsxɛrəf/
Scherf bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| ə | de |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- onregelmatig gevormd stuk materie dat deel heeft uitgemaakt van een groter geheel
- fragment van een granaat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scherfje | verkleinwoord, enkelvoud |
| scherfjes | verkleinwoord, meervoud |
| scherven | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scherven
- gebiedende wijs van scherven
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scherven
Vervoeging van scherf
scherfhele werkwoord
Herkomst
van Middelnederlands scherf, in de betekenis van ‘stuk van gebroken voorwerp’ aangetroffen vanaf 1240
Woordfamilie van scherf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scherfje | verkleinwoord | scherf |
| scherfjes | verkleinwoord meervoud | scherf |
| scherven | meervoud | scherf |
| gescherfd | woordvorm | scherven |
| scherfde | woordvorm | scherven |
| scherfden | woordvorm | scherven |
| scherft | woordvorm | scherven |
| scherve | woordvorm | scherven |
| schervend | woordvorm | scherven |
| schervende | woordvorm | scherven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scherf zijn vastgelegd.