schemer
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ˈsxemər/Betekenis
- de periode van verminderend licht tussen dag en nacht
Hoe spreek je schemer uit?
/ˈsxemər/
Schemer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| e | veel |
| m | maan |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schemeren
- gebiedende wijs van schemeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schemeren
Vervoeging van schemer
schemerhele werkwoord