scheider
zelfstandig naamwoordBetekenis
- apparaat wat iets kan scheiden van iets anders
- scheidingsschakelaar, stroomscheider om een circuit van het net te scheiden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scheiders | meervoud |
| scheidertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| scheidertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van scheiden met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van scheider
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scheiders | meervoud | scheider |
| scheidertje | verkleinwoord | scheider |
| scheidertjes | verkleinwoord meervoud | scheider |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scheider zijn vastgelegd.