scheenbeen
zelfstandig naamwoord /ˈsxenben/Betekenis
- het voorste van beide bot|botten in het onderbeen van de mens
Hoe spreek je scheenbeen uit?
/ˈsxenben/
Scheenbeen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| e | veel |
| n | nek |
| b | bak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- het voorste van beide botten in het onderbeen van de mens
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scheenbeenderen | meervoud |
| scheenbeentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| scheenbeentjes | verkleinwoord, meervoud |
| scheenbenen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van scheen en been
Woordfamilie van scheenbeen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scheenbeenderen | meervoud | scheenbeen |
| scheenbeentje | verkleinwoord | scheenbeen |
| scheenbeentjes | verkleinwoord meervoud | scheenbeen |
| scheenbenen | meervoud | scheenbeen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scheenbeen zijn vastgelegd.