kuitbeen
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het achterste van beide bot|botten in het onderbeen van de mens
zelfstandig naamwoord — neuter
- het achterste van beide botten in het onderbeen van de mens
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kuitbeenderen | meervoud |
| kuitbeentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kuitbeentjes | verkleinwoord, meervoud |
| kuitbenen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kuit en been
Woordfamilie van kuitbeen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kuitbeenderen | meervoud | kuitbeen |
| kuitbeentje | verkleinwoord | kuitbeen |
| kuitbeentjes | verkleinwoord meervoud | kuitbeen |
| kuitbenen | meervoud | kuitbeen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kuitbeen zijn vastgelegd.