Naar de inhoud

schaarden

kerven doen ontstaan

schaarden is meer dan één woord

schaarden

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. kerven doen ontstaan
  2. kerven krijgen

Vervoeging van schaarden

schaardenhele werkwoord — schaarddeverleden tijd enkelvoud — schaarddenverleden tijd meervoud — geschaardvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schaard schaardde
jij schaardt schaardde
hij, zij, het schaardt schaardde
wij schaarden schaardden
jullie schaarden schaardden
zij schaarden schaardden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geschaard verleden tijd, deelwoord
geschaard te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschaard zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschaard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schaard gebiedende wijs
schaardde verleden tijd
schaarde aanvoegende wijs
schaardend onvoltooid, deelwoord
te hebben geschaard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schaarden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schaarden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geschaard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschaard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geschaard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschaard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschaard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschaard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschaard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschaard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schaarden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van scharen

Vervoeging van schaarden

schaardenhele werkwoord — schaarddeverleden tijd enkelvoud — schaarddenverleden tijd meervoud — geschaardvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schaard schaardde
jij schaardt schaardde
hij, zij, het schaardt schaardde
wij schaarden schaardden
jullie schaarden schaardden
zij schaarden schaardden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geschaard verleden tijd, deelwoord
geschaard te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschaard zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschaard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schaard gebiedende wijs
schaardde verleden tijd
schaarde aanvoegende wijs
schaardend onvoltooid, deelwoord
te hebben geschaard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schaarden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schaarden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geschaard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschaard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geschaard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschaard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschaard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschaard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschaard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschaard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schaarden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord schaard

Woordfamilie van schaarden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
schaardde verleden tijd schaarden
schaardden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schaarden
schaardend onvoltooid deelwoord schaarden
schaardende woordvorm schaarden
schaardt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schaarden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schaarden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over schaarden

Wat is de betekenis van schaarden?
Schaarden is een werkwoord. De betekenis is: kerven doen ontstaan. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik schaarden?
Zo vervoeg je schaarden zo: de tegenwoordige tijd is schaard, de verleden tijd is schaardde en het voltooid deelwoord is geschaard. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schaarden is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. A 1
  5. A 1
  6. R 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schaarden levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. A 1
  5. A 1
  6. R 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schaarden in het kort

schaarden is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van schaarden staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort schaarden bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

schaarden: kerven doen ontstaan
Deel schaarden — standaardnederlands.nl