saven
werkwoordBetekenis
- schrijven van digitale gegevens naar een gegevensdrager
Vervoeging van saven
savenhele werkwoord — savedeverleden tijd enkelvoud — savedenverleden tijd meervoud — gesavedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | save | savede |
| jij | savet | savede |
| hij, zij, het | savet | savede |
| wij | saven | saveden |
| jullie | saven | saveden |
| zij | saven | saveden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gesaved | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesaved | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesaved | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesaved | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesaved worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesaved zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesaved worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesaved zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesaved | verleden tijd, deelwoord |
| gesaved te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesaved zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesaved | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesaved | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesaved | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesaved | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesaved | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesaved | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesaved | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesaved | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesaved | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesaved | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesaved | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesaved | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesaved | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesaved | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesaved | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| save | gebiedende wijs |
| save | aanvoegende wijs |
| savede | verleden tijd |
| savend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesaved | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te saven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen saven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gesaved hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesaved hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesaved hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal saven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal saven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal saven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gesaved hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesaved hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesaved hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou saven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou saven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou saven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesaved hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesaved hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesaved hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden saven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden saven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden saven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesaved hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt saven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesaved hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesaved hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesaved hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen saven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen saven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen saven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen saven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesaved hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult saven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van het Engelse save.
Woordfamilie van saven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesaved | voltooid deelwoord | saven |
| gesavede | woordvorm | saven |
| save | gebiedende wijs | saven |
| savede | verleden tijd | saven |
| saveden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | saven |
| savend | onvoltooid deelwoord | saven |
| savende | woordvorm | saven |
| savet | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | saven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van saven zijn vastgelegd.