samentrekking
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het samentrekken van iets
- het samentrekken van spieren
- het verschijnsel dat een gemeenschappelijk element van nevengeschikte woorden, woordgroepen of zinsdelen slechts de eerste keer expliciet wordt uitgedrukt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| samentrekkingen | meervoud |
| samentrekkinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| samentrekkinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van samentrekken met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van samentrekking
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| samentrekkingen | meervoud | samentrekking |
| samentrekkinkje | verkleinwoord | samentrekking |
| samentrekkinkjes | verkleinwoord meervoud | samentrekking |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van samentrekking zijn vastgelegd.