samendrijven
werkwoordBetekenis
- door opjagen bijeenbrengen
Vervoeging van samendrijven
samendrijvenhele werkwoord — dreef samenverleden tijd enkelvoud — dreven samenverleden tijd meervoud — samengedrevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | drijf samen | dreef samen |
| jij | drijft samen | dreef samen |
| hij, zij, het | drijft samen | dreef samen |
| wij | drijven samen | dreven samen |
| jullie | drijven samen | dreven samen |
| zij | drijven samen | dreven samen |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben samengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent samengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dreef samen | verleden tijd |
| drijf samen | gebiedende wijs |
| er is samengedreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was samengedreven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd samengedreven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt samengedreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal samengedreven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal samengedreven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou samengedreven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou samengedreven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had samengedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had samengedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had samengedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden samengedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden samengedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden samengedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt samengedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb samengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben samengedreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben samengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben samengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben samengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt samengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft samengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft samengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is samengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is samengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| samen te drijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| samen te zullen drijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| samen zal drijven | bijzin, toekomende tijd |
| samen zou drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| samen zouden drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| samen zoudt drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| samen zullen drijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| samen zullen drijven | bijzin, toekomende tijd |
| samen zult drijven | bijzin, toekomende tijd |
| samendreef | bijzin, verleden tijd |
| samendreven | bijzin, verleden tijd |
| samendrijf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| samendrijft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| samendrijvend | onvoltooid, deelwoord |
| samengedreven | verleden tijd, deelwoord |
| samengedreven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| samengedreven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| samengedreven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| samengedreven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| samengedreven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| samengedreven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| samengedreven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| samengedreven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| samengedreven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| samengedreven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben samengedreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen samendrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart samengedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren samengedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren samengedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren samengedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was samengedreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was samengedreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was samengedreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd samengedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd samengedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd samengedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden samengedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden samengedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden samengedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt samengedreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word samengedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden samengedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden samengedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden samengedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt samengedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt samengedreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal samendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal samendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal samendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal samendrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zal samengedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal samengedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal samengedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal samengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal samengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal samengedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal samengedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn samengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn samengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn samengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt samengedreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou samendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou samendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou samendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou samendrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou samengedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou samengedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou samengedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou samengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou samengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou samengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou samengedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou samengedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou samengedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) samendrijven samen zou(dt) drijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden samendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden samendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden samendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden samendrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden samengedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden samengedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden samengedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden samengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden samengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden samengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden samengedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden samengedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden samengedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt samendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt samendrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt samengedreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt samengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt samengedreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen samendrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen samendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen samendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen samendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen samendrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zullen samengedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen samengedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen samengedreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen samengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen samengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen samengedreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen samengedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen samengedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen samengedreven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult samendrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van samen en drijven
Woordfamilie van samendrijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dreef samen | verleden tijd | samendrijven |
| dreven samen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | samendrijven |
| drijf samen | gebiedende wijs | samendrijven |
| drijft samen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | samendrijven |
| drijve samen | woordvorm | samendrijven |
| drijven samen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | samendrijven |
| samendreef | subordinate-clause, verleden tijd | samendrijven |
| samendreven | subordinate-clause, verleden tijd | samendrijven |
| samendrijf | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | samendrijven |
| samendrijft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | samendrijven |
| samendrijve | with-subordinate-clause | samendrijven |
| samendrijvend | onvoltooid deelwoord | samendrijven |
| samendrijvende | woordvorm | samendrijven |
| samengedreven | voltooid deelwoord | samendrijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van samendrijven zijn vastgelegd.