Naar de inhoud

rossen

woest rijden

rossen is meer dan één woord

rossen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. woest rijden
  2. roskammen
  3. afranselen

Vervoeging van rossen

rossenhele werkwoord — rosteverleden tijd enkelvoud — rostenverleden tijd meervoud — gerostvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ros roste
jij rost roste
hij, zij, het rost roste
wij rossen rosten
jullie rossen rosten
zij rossen rosten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gerost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gerost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gerost impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gerost impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gerost impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gerost impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gerost worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gerost zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gerost worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gerost zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gerost verleden tijd, deelwoord
gerost te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerost te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gerost te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerost te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerost te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerost worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerost zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gerost zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerost zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gerost zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gerost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gerost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gerost voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gerost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gerost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gerost voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gerost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gerost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerost actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gerost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gerost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gerost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gerost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gerost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ros gebiedende wijs
rosse aanvoegende wijs
rossend onvoltooid, deelwoord
roste verleden tijd
te hebben gerost actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te rossen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rossen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gerost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gerost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gerost voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gerost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gerost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gerost voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gerost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gerost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gerost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gerost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gerost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gerost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gerost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gerost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gerost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gerost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gerost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gerost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gerost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gerost hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gerost hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gerost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gerost zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerost zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gerost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gerost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gerost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gerost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gerost hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerost hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gerost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gerost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerost zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerost zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerost zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gerost hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerost hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gerost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gerost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gerost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gerost zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerost zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerost zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gerost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gerost zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerost hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerost hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gerost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gerost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gerost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gerost zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerost zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerost zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rossen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gerost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gerost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gerost zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult rossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord ros

Herkomst

In de betekenis van ‘woest rijden’ voor het eerst aangetroffen in 1590

Woordfamilie van rossen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gerost voltooid deelwoord rossen
geroste woordvorm rossen
rossend onvoltooid deelwoord rossen
rossende woordvorm rossen
rosten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon rossen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rossen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over rossen

Wat is de betekenis van rossen?
Rossen is een werkwoord. De betekenis is: woest rijden. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik rossen?
Zo vervoeg je rossen zo: de tegenwoordige tijd is ros, de verleden tijd is roste en het voltooid deelwoord is gerost. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord rossen is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. O 1
  3. S 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

rossen levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 39 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. O 1
  3. S 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 zonder bonus
  8. 39 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (R) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

rossen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

rossen in het kort

rossen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van rossen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort rossen bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

rossen: woest rijden
Deel rossen — standaardnederlands.nl