roskammen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- een paard met borstel en kam reinigen
Vervoeging van roskammen
roskammenhele werkwoord — roskamdeverleden tijd enkelvoud — roskamdenverleden tijd meervoud — geroskamdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | roskam | roskamde |
| jij | roskamt | roskamde |
| hij, zij, het | roskamt | roskamde |
| wij | roskammen | roskamden |
| jullie | roskammen | roskamden |
| zij | roskammen | roskamden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geroskamd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geroskamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geroskamd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geroskamd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geroskamd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geroskamd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geroskamd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geroskamd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geroskamd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geroskamd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geroskamd | verleden tijd, deelwoord |
| geroskamd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geroskamd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geroskamd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geroskamd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geroskamd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geroskamd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geroskamd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geroskamd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geroskamd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geroskamd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geroskamd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geroskamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geroskamd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geroskamd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geroskamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geroskamd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geroskamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geroskamd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geroskamd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geroskamd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geroskamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geroskamd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geroskamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geroskamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geroskamd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geroskamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geroskamd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| roskam | gebiedende wijs |
| roskamde | verleden tijd |
| roskamme | aanvoegende wijs |
| roskammend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geroskamd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te roskammen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen roskammen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geroskamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geroskamd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geroskamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geroskamd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geroskamd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geroskamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geroskamd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geroskamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geroskamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geroskamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geroskamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geroskamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geroskamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geroskamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geroskamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geroskamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geroskamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geroskamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geroskamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geroskamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geroskamd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geroskamd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geroskamd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geroskamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geroskamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geroskamd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geroskamd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal roskammen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal roskammen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal roskammen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geroskamd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geroskamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geroskamd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geroskamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geroskamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geroskamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geroskamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geroskamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geroskamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geroskamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geroskamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geroskamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geroskamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou roskammen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou roskammen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou roskammen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geroskamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geroskamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geroskamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geroskamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geroskamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geroskamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geroskamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geroskamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geroskamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden roskammen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden roskammen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden roskammen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geroskamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geroskamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geroskamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt roskammen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geroskamd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geroskamd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geroskamd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geroskamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geroskamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geroskamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geroskamd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geroskamd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geroskamd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen roskammen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen roskammen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen roskammen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen roskammen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geroskamd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geroskamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geroskamd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult roskammen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord roskam
Herkomst
Samenstelling van ros (paard) en kammen
Woordfamilie van roskammen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geroskamd | voltooid deelwoord | roskammen |
| geroskamde | woordvorm | roskammen |
| roskamde | verleden tijd | roskammen |
| roskamden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | roskammen |
| roskamme | aanvoegende wijs | roskammen |
| roskammend | onvoltooid deelwoord | roskammen |
| roskammende | woordvorm | roskammen |
| roskamt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | roskammen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van roskammen zijn vastgelegd.