| - |
impersonal, passief
|
| ben geropt |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| bent geropt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| er is geropt |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was geropt |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd geropt |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt geropt |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal geropt worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal geropt zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou geropt worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou geropt zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| geropt |
verleden tijd, deelwoord
|
| geropt te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| geropt te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| geropt te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| geropt te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| geropt te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| geropt worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| geropt zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| geropt zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| geropt zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| geropt zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had geropt |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had geropt |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had geropt |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden geropt |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden geropt |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden geropt |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt geropt |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb geropt |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben geropt |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben geropt |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben geropt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben geropt |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt geropt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft geropt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft geropt |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is geropt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| is geropt |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| rop |
gebiedende wijs
|
| roppe |
aanvoegende wijs
|
| roppend |
onvoltooid, deelwoord
|
| ropte |
verleden tijd
|
| te hebben geropt |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te roppen |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen roppen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| waart geropt |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren geropt |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| waren geropt |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren geropt |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was geropt |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| was geropt |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| was geropt |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd geropt |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| werd geropt |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werd geropt |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| werden geropt |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
|
| werden geropt |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
|
| werden geropt |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werdt geropt |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| word geropt |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| worden geropt |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
|
| worden geropt |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
|
| worden geropt |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt geropt |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| wordt geropt |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zal geropt hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal geropt hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal geropt hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal geropt worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal geropt worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal geropt zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal geropt zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal roppen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal roppen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal roppen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zijn geropt |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| zijn geropt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zijn geropt |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zijt geropt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zou geropt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou geropt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou geropt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou geropt worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou geropt worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou geropt worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou geropt zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou geropt zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou geropt zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou roppen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou roppen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou roppen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden geropt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden geropt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden geropt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden geropt worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden geropt worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden geropt worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden geropt zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden geropt zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden geropt zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden roppen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden roppen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden roppen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt geropt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt geropt worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt geropt zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt roppen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen geropt hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen geropt hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen geropt hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen geropt worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen geropt worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen geropt worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen geropt zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen geropt zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen geropt zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen roppen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen roppen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen roppen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen roppen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult geropt hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult geropt worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult geropt zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult roppen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|