rondleiden
werkwoord ˈrɔntlɛidə(n)Betekenis
- mensen langs een route met interessante plekken voeren en uitleg geven
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je rondleiden uit?
/ˈrɔntlɛidən/
Rondleiden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| l | land |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van rondleiden
rondleidenhele werkwoord — leidde rondverleden tijd enkelvoud — leidden rondverleden tijd meervoud — rondgeleidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | leid rond | leidde rond |
| jij | leidt rond | leidde rond |
| hij, zij, het | leidt rond | leidde rond |
| wij | leiden rond | leidden rond |
| jullie | leiden rond | leidden rond |
| zij | leiden rond | leidden rond |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben rondgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent rondgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is rondgeleid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was rondgeleid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd rondgeleid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt rondgeleid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal rondgeleid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal rondgeleid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou rondgeleid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou rondgeleid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had rondgeleid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had rondgeleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had rondgeleid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden rondgeleid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden rondgeleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden rondgeleid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt rondgeleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb rondgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben rondgeleid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben rondgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben rondgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben rondgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt rondgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft rondgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft rondgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is rondgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is rondgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| leid rond | gebiedende wijs |
| leidde rond | verleden tijd |
| rond te leiden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rond te zullen leiden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rond zal leiden | bijzin, toekomende tijd |
| rond zou leiden | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zouden leiden | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zoudt leiden | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zullen leiden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rond zullen leiden | bijzin, toekomende tijd |
| rond zult leiden | bijzin, toekomende tijd |
| rondgeleid | verleden tijd, deelwoord |
| rondgeleid te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rondgeleid te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rondgeleid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgeleid te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgeleid te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgeleid worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| rondgeleid zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| rondgeleid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondgeleid zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondgeleid zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondleid | bijzin, tegenwoordige tijd |
| rondleidde | bijzin, verleden tijd |
| rondleidden | bijzin, verleden tijd |
| rondleidend | onvoltooid, deelwoord |
| rondleidt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| te hebben rondgeleid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen rondleiden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart rondgeleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren rondgeleid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren rondgeleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren rondgeleid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was rondgeleid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was rondgeleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was rondgeleid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd rondgeleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd rondgeleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd rondgeleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden rondgeleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden rondgeleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden rondgeleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt rondgeleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word rondgeleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden rondgeleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden rondgeleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden rondgeleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt rondgeleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt rondgeleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal rondgeleid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgeleid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal rondgeleid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rondgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal rondgeleid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgeleid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rondleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal rondleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal rondleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal rondleiden | bijzin, toekomende tijd |
| zijn rondgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn rondgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn rondgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt rondgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou rondgeleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgeleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgeleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rondgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou rondgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgeleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgeleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgeleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rondleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou rondleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou rondleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou rondleiden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) rondleiden rond zou(dt) leiden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden rondgeleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden rondgeleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden rondgeleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rondgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rondgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rondgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rondgeleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden rondgeleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden rondgeleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rondleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rondleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rondleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden rondleiden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt rondgeleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rondgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rondgeleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rondleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt rondleiden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen rondgeleid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen rondgeleid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen rondgeleid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rondgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rondgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rondgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rondgeleid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen rondgeleid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen rondgeleid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rondleiden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen rondleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rondleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rondleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen rondleiden | bijzin, toekomende tijd |
| zult rondgeleid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van rond en leiden
Woordfamilie van rondleiden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leid rond | gebiedende wijs | rondleiden |
| leidde rond | verleden tijd | rondleiden |
| leidden rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | rondleiden |
| leide rond | woordvorm | rondleiden |
| leiden rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | rondleiden |
| leidt rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | rondleiden |
| rondgeleid | voltooid deelwoord | rondleiden |
| rondgeleide | woordvorm | rondleiden |
| rondleid | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | rondleiden |
| rondleidde | subordinate-clause, verleden tijd | rondleiden |
| rondleidden | subordinate-clause, verleden tijd | rondleiden |
| rondleide | with-subordinate-clause | rondleiden |
| rondleidend | onvoltooid deelwoord | rondleiden |
| rondleidende | woordvorm | rondleiden |
| rondleidt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | rondleiden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rondleiden zijn vastgelegd.