ronddelen
werkwoord /rɔndelə(n)/Betekenis
- rondgaande aan ieder een deel geven
Hoe spreek je ronddelen uit?
/rɔndelən/
Ronddelen bestaat uit drie lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| e | veel |
| l | land |
| ə | de |
Vervoeging van ronddelen
ronddelenhele werkwoord — deelde rondverleden tijd enkelvoud — deelden rondverleden tijd meervoud — rondgedeeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | deel rond | deelde rond |
| jij | deelt rond | deelde rond |
| hij, zij, het | deelt rond | deelde rond |
| wij | delen rond | deelden rond |
| jullie | delen rond | deelden rond |
| zij | delen rond | deelden rond |
Alle 107 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| deel rond | gebiedende wijs |
| deelde rond | verleden tijd |
| er is rondgedeeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was rondgedeeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd rondgedeeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt rondgedeeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal rondgedeeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal rondgedeeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou rondgedeeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou rondgedeeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had rondgedeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had rondgedeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had rondgedeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden rondgedeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden rondgedeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden rondgedeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt rondgedeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb rondgedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben rondgedeeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben rondgedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben rondgedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben rondgedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt rondgedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft rondgedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft rondgedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is rondgedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rond te delen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rond te zullen delen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rond zal delen | bijzin, toekomende tijd |
| rond zou delen | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zouden delen | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zoudt delen | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zullen delen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rond zullen delen | bijzin, toekomende tijd |
| rond zult delen | bijzin, toekomende tijd |
| ronddeel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ronddeelde | bijzin, verleden tijd |
| ronddeelden | bijzin, verleden tijd |
| ronddeelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ronddelend | onvoltooid, deelwoord |
| rondgedeeld | verleden tijd, deelwoord |
| rondgedeeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rondgedeeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rondgedeeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgedeeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgedeeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgedeeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| rondgedeeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| rondgedeeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondgedeeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondgedeeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben rondgedeeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ronddelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren rondgedeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was rondgedeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd rondgedeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden rondgedeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden rondgedeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt rondgedeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ronddelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ronddelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ronddelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal ronddelen | bijzin, toekomende tijd |
| zal rondgedeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgedeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal rondgedeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rondgedeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal rondgedeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn rondgedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou ronddelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ronddelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ronddelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou ronddelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou rondgedeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgedeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgedeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rondgedeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou rondgedeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) ronddelen rond zou(dt) delen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ronddelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ronddelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ronddelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden ronddelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden rondgedeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden rondgedeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden rondgedeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rondgedeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rondgedeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt ronddelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt ronddelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt rondgedeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen ronddelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ronddelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ronddelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ronddelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen ronddelen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen rondgedeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen rondgedeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen rondgedeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rondgedeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rondgedeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult ronddelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult ronddelen | bijzin, toekomende tijd |
| zult rondgedeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal ronddelen rond zult/zal delen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van rond en delen
Woordfamilie van ronddelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| deel rond | gebiedende wijs | ronddelen |
| deelde rond | verleden tijd | ronddelen |
| deelden rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ronddelen |
| deelt rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ronddelen |
| dele rond | woordvorm | ronddelen |
| delen rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | ronddelen |
| ronddeel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | ronddelen |
| ronddeelde | subordinate-clause, verleden tijd | ronddelen |
| ronddeelden | subordinate-clause, verleden tijd | ronddelen |
| ronddeelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | ronddelen |
| ronddele | with-subordinate-clause | ronddelen |
| ronddelend | onvoltooid deelwoord | ronddelen |
| ronddelende | woordvorm | ronddelen |
| rondgedeeld | voltooid deelwoord | ronddelen |
| rondgedeelde | woordvorm | ronddelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ronddelen zijn vastgelegd.