Naar de inhoud

rommelen

aanklooien, zonder plan of doel maar wat bezig zijn

rommelen

werkwoord ˈrɔmələ(n)

Betekenis

  1. aanklooien, zonder plan of doel maar wat bezig zijn
  2. laag geluid maken

Hoe spreek je rommelen uit?

/ˈrɔmələn/

Rommelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈrɔmələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
r rood
ɔ bot
m maan
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. stiekem vrijen, elkaar liefkozen
  2. niet helemaal eerlijk handelen
  3. hoorbaar donderen op enige afstand impersonal
  4. heersen van ruzies of spanningen figuratively, impersonal

Vervoeging van rommelen

rommelenhele werkwoord — rommeldeverleden tijd enkelvoud — rommeldenverleden tijd meervoud — gerommeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rommel rommelde
jij rommelt rommelde
hij, zij, het rommelt rommelde
wij rommelen rommelden
jullie rommelen rommelden
zij rommelen rommelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gerommeld verleden tijd, deelwoord
gerommeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerommeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gerommeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gerommeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gerommeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gerommeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gerommeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gerommeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gerommeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gerommeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerommeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gerommeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerommeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gerommeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gerommeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerommeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerommeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rommel gebiedende wijs
rommelde verleden tijd
rommele aanvoegende wijs
rommelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gerommeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te rommelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rommelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gerommeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerommeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gerommeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rommelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rommelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rommelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gerommeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerommeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerommeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rommelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rommelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rommelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gerommeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerommeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerommeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rommelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rommelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rommelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerommeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rommelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerommeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerommeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerommeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rommelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rommelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rommelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rommelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gerommeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult rommelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

van Middelnederlands rommelen, klanknabootsing, verwant aan rammelen en rumoer, in de betekenis van ‘een dof geluid maken’ aangetroffen vanaf 1351

Woordfamilie van rommelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
rommelde verleden tijd rommelen
rommelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon rommelen
rommele aanvoegende wijs rommelen
rommelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon rommelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rommelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over rommelen

Hoe spreek ik rommelen uit?
Zo spreek je rommelen uit: /ˈrɔmələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van rommelen?
Rommelen is een werkwoord. De betekenis is: aanklooien, zonder plan of doel maar wat bezig zijn. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik rommelen?
Zo vervoeg je rommelen zo: de tegenwoordige tijd is rommel, de verleden tijd is rommelde en het voltooid deelwoord is gerommeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op rommelen?

In dit woordenboek rijmen 2 woorden op -ommelen op rommelen, zoals schommelen en grommelen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op rommelen, uitspraak ˈrɔmələn, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
schommelen 3
grommelen 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord rommelen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. O 1
  3. M 3
  4. M 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

rommelen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. O 1
  3. M 3
  4. M 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

rommelen in het kort

rommelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van rommelen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort rommelen bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

rommelen: aanklooien, zonder plan of doel maar wat bezig zijn
Deel rommelen — standaardnederlands.nl